Gaura lindheimeri Rosy Jane Lindheimers prachtkaars

Waarom verandert een wetenschappelijke plantennaam?

Wie geregeld planten koopt, catalogi leest of een plantenbibliotheek bijwerkt, komt vroeg of laat dezelfde verwarring tegen: een vertrouwde plant blijkt opeens een andere wetenschappelijke naam te hebben. Adderwortel stond jarenlang bekend als Persicaria bistorta, maar heet in actuele plantenregisters Bistorta officinalis. Hemelsleutel ‘Matrona’ verhuisde van Sedum naar Hylotelephium. Ook Gaura, Aster, Eupatorium, Pennisetum, Perovskia en zelfs rozemarijn kregen een andere plaats in de botanische stamboom.

Toch gebruiken veel Nederlandse kwekers en tuincentra nog de oude naam. Dat is niet per definitie fout of slordig. In de praktijk bestaan oude en nieuwe namen vaak jarenlang naast elkaar. Voor tuinliefhebbers, ontwerpers en kwekers is het daarom vooral belangrijk dat duidelijk blijft over welke plant we spreken.


Waarom krijgen planten een andere wetenschappelijke plantennaam?

Een wetenschappelijke plantennaam bestaat meestal uit een geslachtsnaam en een soortaanduiding, bijvoorbeeld Gaura lindheimeri. Die naam vertelt niet alleen hoe de plant heet, maar ook waar botanici haar binnen het plantenrijk indelen.

Vroeger gebeurde die indeling vooral op basis van zichtbare kenmerken, zoals de bouw van bloemen, bladeren, vruchten en zaden. Dankzij DNA-onderzoek kunnen wetenschappers verwantschappen tegenwoordig veel nauwkeuriger onderzoeken. Soms blijkt een soort nauwer verwant aan een ander geslacht dan eerder gedacht. De plant verhuist dan naar dat geslacht en krijgt een nieuwe combinatie. Zo werd Gaura lindheimeri ondergebracht bij Oenothera en werd Perovskia atriplicifolia onderdeel van het geslacht Salvia.

Een naam kan daarnaast veranderen doordat:

  • een groot geslacht wordt opgesplitst in verschillende kleinere geslachten;
  • meerdere geslachten juist worden samengevoegd;
  • een oudere, geldig gepubliceerde naam volgens de voorrangsregels moet worden gebruikt;
  • een plant eerder verkeerd is geïdentificeerd;
  • wetenschappelijke bronnen een andere taxonomische opvatting volgen.
  • De formele naamgeving valt onder internationaal afgesproken regels van de International Association for Plant Taxonomy. Die regels bepalen hoe namen geldig worden gepubliceerd. Ze bepalen echter niet altijd maar één mogelijke indeling. Daardoor kunnen gezaghebbende bronnen soms tijdelijk verschillende geaccepteerde namen gebruiken.

Veranderingen van een wetenschappelijke plantennaam in de afgelopen tien jaar.

Hier is enige nuance nodig. Verschillende namen die we nu als “nieuw” ervaren, zijn botanisch al langer geleden gepubliceerd. Oenothera lindheimeri dateert bijvoorbeeld uit 2007 en Eutrochium maculatum uit 2004. De opsplitsing van het oude geslacht Aster begon eveneens eerder. In kwekerijcatalogi, webwinkels, tuinboeken en plantenbibliotheken dringen zulke namen echter vaak pas veel later door.

De onderstaande tabel bevat daarom veelgebruikte tuinplanten waarvan de geaccepteerde naam in de periode van ongeveer 2016 tot 2026 duidelijker zichtbaar of gangbaarder is geworden. Het is geen lijst van uitsluitend ná 2016 gepubliceerde namen. Voor de actuele taxonomische status is vooral Plants of the World Online van Kew gebruikt; voor de schrijfwijze van tuinplanten en cultivars is waar nodig ook de RHS Plant Finder geraadpleegd.


Tabel met oude en actuele wetenschappelijke plantennaam

Nederlandse naam – Oude of nog veelgebruikte naam – Actuele geaccepteerde naam– Praktische toelichting

Adderwortel – Persicaria bistorta – Bistorta officinalis
Persicaria bistorta en Polygonum bistorta gelden als synoniemen.

Adderwortel ‘Superba’ – Persicaria bistorta ‘Superba’ – Bistorta officinalis ‘Superba’
De cultivarnaam blijft hetzelfde en niet cursief geschreven.

Diamantgras – Stipa calamagrostis/Brachytricha calamagrostis – Achnatherum calamagrostis

Gebroken hartje – Dicentra spectabilis – Lamprocapnos spectabilis
Een bekende oudere wijziging die juist in de afgelopen jaren steeds vaker op etiketten en websites verschijnt.

Gladde aster – Aster laevis – Symphyotrichum laeve
Bij de verhuizing verandert ook de uitgang van de soortaanduiding door het grammaticale geslacht van de nieuwe geslachtsnaam.

Hemelsleutel ‘Matrona’ – Sedum ‘Matrona’ of Sedum telephium ‘Matrona’ – Hylotelephium ‘Matrona’
De RHS voert de cultivar als Hylotelephium ‘Matrona’. Sommige bronnen plaatsen haar specifieker onder H. telephium. Alleen Telephium ‘Matrona’ is geen correcte geslachtsnotatie.

Hemelsleutel – Sedum spectabile – Hylotelephium spectabile
De oude naam staat nog veel op etiketten en in oudere beplantingsplannen.

Hemelsleutel – Sedum telephium – Hylotelephium telephium
De hogere, kruidachtige hemelsleutels zijn afgesplitst van de laagblijvende Sedum-soorten.

Jakobskruiskruid – Senecio jacobaea – Jacobaea vulgaris (geen tuinplant!)
De soort is met verwante soorten uit het grote geslacht Senecio afgesplitst.

Koekoeksbloem – Lychnis flos-cuculi – Silene flos-cuculi
De soort is op basis van de bredere afbakening van Silene bij dat geslacht geplaatst.

Koninginnekruid – Eupatorium maculatum – Eutrochium maculatum
De Noord-Amerikaanse soorten zijn afgesplitst van Eupatorium. De combinatie in Eutrochium dateert uit 2004.

Koninginnekruid – Eupatorium purpureum – Eutrochium purpureum
Ook deze Noord-Amerikaanse soort hoort volgens de huidige indeling bij Eutrochium.

Lampenpoetsersgras – Pennisetum alopecuroides – Cenchrus alopecuroides
Veel kwekers houden vast aan Pennisetum. Kew beschouwt die naam als synoniem van Cenchrus alopecuroides.

Mahoniestruik – Mahonia aquifolium – Berberis aquifolium
Kew voegt Mahonia samen met Berberis. In de kwekerijwereld is het gebruik van Mahonia nog zeer gewoon en niet iedere bron volgt dezelfde brede opvatting.

Nieuw-Belgische aster – Aster novi-belgii – Symphyotrichum novi-belgii
De oude naam blijft in kwekerijen en bij tuinliefhebbers herkenbaarder.

Nieuw-Engelse aster– Aster novae-angliae – Symphyotrichum novae-angliae
Veel Noord-Amerikaanse herfstasters zijn uit Aster gehaald en bij Symphyotrichum ingedeeld.

Prachtkaars – Gaura lindheimeri – Oenothera lindheimeri
De combinatie in Oenothera is in 2007 gepubliceerd. In de handel blijft Gaura bijzonder gangbaar.

Reuzenvedergras – Stipa gigantea – Celtica gigantea

Rozemarijn – Rosmarinus officinalis – Salvia rosmarinus
DNA-onderzoek leidde tot opname van Rosmarinus in Salvia. Deze indeling is vanaf 2017 breed besproken en overgenomen.

Russische salie – Perovskia atriplicifolia – Salvia yangii
Ook Perovskia werd in 2017 bij Salvia gevoegd. De soortaanduiding atriplicifolia kon daar niet worden gebruikt; daarom ontstond yangii.

Valse Salomonszegel – Smilacina racemosa – Maianthemum racemosum

Vedergras – Stipa tenuissima (‘Ponytails’) – Nassella tenuissima

Vedergrasachtig lampenpoetsersgras – Pennisetum orientale – Cenchrus orientalis
De cultivarnaam blijft bij een geslachtswijziging in beginsel behouden.

Witte bosaster – Aster divaricatus – Eurybia divaricata
Niet alle voormalige asters verhuisden naar Symphyotrichum; deze soort kwam in Eurybia terecht.

Zacht lampenpoetsersgras – Pennisetum villosum – Cenchrus longisetus
Hier verandert niet alleen het geslacht, maar ook de soortaanduiding. Controleer daarom altijd het synoniem in een betrouwbare databank.

Zilverkaars – Cimicifuga racemosa – Actaea racemosa
Ook dit is geen nieuwe wijziging van na 2016, maar een naam die in de handel pas geleidelijk ingeburgerd raakt.

Deze tabel is een praktisch overzicht en geen volledige wereldlijst. Binnen grote groepen bestaan nog veel meer gewijzigde combinaties. Bovendien kan de taxonomische opvatting per bron verschillen.


Waarom gebruiken kwekers vaak nog de oude wetenschappelijke plantennaam?

Voor een kweker of tuincentrum is herkenbaarheid belangrijk. Klanten zoeken naar Gaura, Pennisetum en Sedum, niet vanzelfsprekend naar Oenothera, Cenchrus en Hylotelephium. Een plotselinge wijziging op alle etiketten kan daardoor juist tot misverstanden en slechtere vindbaarheid leiden.

Daarnaast kosten aanpassingen tijd. Voorraadbestanden, etiketten, webwinkels, catalogi en administraties moeten allemaal worden bijgewerkt. Bij een naam waarover botanische bronnen nog niet volledig gelijkgestemd zijn, kan een kweker bovendien bewust afwachten.

De oude naam blijft meestal wel een geldig gepubliceerd synoniem. Dat betekent dat de naam nog naar dezelfde plant verwijst, maar door de gekozen taxonomische bron niet meer als de geaccepteerde hoofdnaam wordt behandeld.


Is de oude wetenschappelijke naam dan fout?

Niet zonder meer. Er is verschil tussen een onjuiste naam en een synoniem. Een tikfout zoals “Bistorte” is onjuist wanneer Bistorta wordt bedoeld. Persicaria bistorta is daarentegen een herkenbaar botanisch synoniem van Bistorta officinalis.

Ook kunnen deskundigen verschillen over de begrenzing van een geslacht. Het samenvoegen van Mahonia met Berberis is daarvan een goed voorbeeld. Wie Mahonia aquifolium gebruikt, verwijst niet opeens naar een andere plant. De naam volgt alleen een andere of oudere taxonomische opvatting.

Voor een actuele online plantenbibliotheek is het verstandig om één gezaghebbende hoofdbron te kiezen. Daarmee voorkom je dat vergelijkbare planten volgens verschillende systemen worden benoemd.


Hoe verwerk je gewijzigde plantennamen op een website?

Voor tuinontwerper.nl en de plantenencyclopedie is deze werkwijze het duidelijkst:

  • We gebruiken de actuele geaccepteerde naam als primaire wetenschappelijke naam.
  • We vermelden de oude, veelgebruikte naam als synoniem, zeker wanneer kwekers die nog hanteren.
  • We laten beide namen terugkomen in de tekst of metadata, zodat bezoekers de plant via beide zoektermen kunnen vinden.
  • We behouden bestaande URL’s wanneer die goed presteren en maken bij een gewijzigde URL altijd een permanente 301-redirect.
  • We veranderen de cultivarnaam niet. Die blijft rechtop staan en tussen enkele aanhalingstekens, bijvoorbeeld Hylotelephium ‘Matrona’.
  • We noteren bij twijfel welke taxonomische bron en raadpleegdatum zijn gebruikt.
    Een praktische notatie op een plantenpagina kan bijvoorbeeld zijn:

Wetenschappelijke naam: Bistorta officinalis
Synoniem: Persicaria bistorta, Polygonum bistorta

Zo is de pagina botanisch actueel, terwijl iemand die met de oude naam zoekt de plant nog steeds herkent en vindt.


Verandert de plant zelf ook?

Nee. Een gewijzigde naam verandert niets aan de groeiwijze, bloeitijd, winterhardheid of toepassing van een plant. Gaura lindheimeri bloeit niet anders nu zij Oenothera lindheimeri heet. De naamswijziging zegt vooral dat onze kennis van haar verwantschap is veranderd.

Dat is uiteindelijk de kern: botanische namen zijn geen statische etiketten, maar een weergave van de beste wetenschappelijke kennis van dat moment. DNA-onderzoek maakt die kennis nauwkeuriger, al wordt de dagelijkse praktijk daar soms tijdelijk ingewikkelder van.


Welke naam gebruik je bij het kopen van planten?

Zoek bij voorkeur op de actuele én de oude naam. Een kweker kan lampenpoetsersgras aanbieden als Pennisetum alopecuroides ‘Hameln’, terwijl een actuele databank dezelfde plant vermeldt als Cenchrus alopecuroides ‘Hameln’. Door beide namen te kennen, voorkom je dat je denkt dat het om twee verschillende planten gaat.

Controleer bij twijfel bovendien de volledige naam, inclusief cultivar. Een geslachtsnaam kan veranderen, maar ‘Hameln’, ‘Matrona’ of ‘Whirling Butterflies’ blijft de cultivarnaam van dezelfde geselecteerde tuinplant.


Conclusie: Waarom verandert een wetenschappelijke plantennaam?

Gewijzigde plantennamen zijn soms lastig, maar ze vertellen ook iets moois: onze kennis van planten blijft groeien. Vooral DNA-onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat bekende geslachten anders in elkaar zitten dan lang werd aangenomen. Daardoor werd Gaura ondergebracht bij Oenothera, verhuisden veel herfstasters naar Symphyotrichum of Eurybia en kwamen rozemarijn en Russische salie in het grote geslacht Salvia terecht.

Omdat kwekers, tuinboeken en databanken niet allemaal op hetzelfde moment overschakelen, zullen oude en actuele namen nog lang naast elkaar blijven bestaan. De beste oplossing is daarom niet om de oude naam uit te wissen, maar om de geaccepteerde naam én het bekende synoniem samen te vermelden. Zo blijft een plantenbibliotheek wetenschappelijk actueel, praktisch bruikbaar en goed vindbaar.

Redactionele bronbasis, geraadpleegd in september 2026: Plants of the World Online (Royal Botanic Gardens, Kew), RHS Plant Finder en de International Code of Nomenclature for algae, fungi, and plants. Taxonomische inzichten en databanken worden doorlopend bijgewerkt.

Deel dit bericht:

Auteur:

Foto van Gilbert de Jong

Gilbert de Jong

Schetsservice/ConceptGroen

Meer informatie

Gerelateerde berichten